De vlinder. 

Als de vlinder een goede partner heeft gevonden vindt er een paring plaats.  Bij  de paring spuit het mannetje een vloeistof, waarin zaadjes zitten  bij het vrouwtje in. Vaak zitten ze uren lang met hun achterlijfjes aan elkaar, tot alle zaadjes in het lichaam van het vrouwtje zijn overgebacht.

Kort daarop begint  het vrouwtje met het leggen van de eitjes. Maar eerst moet ze een geschikte plaats vinden om haar eitjes af te zetten. Deze plek moet voldoende veilig zijn voor de eitjes en later voor de jonge rups. Bovendien moet er voldoende en geschikt voedsel aanwezig zijn. Geschikt eten? Wel  sommige vlinders zijn monofaag, dit betekent dat de rupsen slechts 1 plant als voedsel accepteren. Bijvoorbeeld de zijderups eet enkel de moerbijboom, de dag- pauwoogrups  eet enkel brandnetel. Andere soorten zijn minder kieskeurig. Dit noemen we polyfaag en ze eten meerdere soorten planten. De vindervrouwtjes zijn in staat de planten te herkennen met hun poten.

Maar nu terug naar de eitjes. Als de vlinder, in ons geval de dagpauwoog, een geschikte brandnetel heeft gevonden legt het vrouwtje zo ‘n 250 eieren aan de onderkant van de netel. De eieren van de dagpauwoog lijken net kruisbessen. Ze zijn ook niet groter dan een speldenkop. Het vrouwtje legt in heel haar leven ongeveer 1500 eieren. De stof waarmee  het vrouwtje de eieren vast kleeft beschermt de eieren ook tegen koude of uitdroging.  

De eieren op deze foto zijn al wat verder ontwikkeld. Als je goed kijkt zie je al kleine kopjes door het omhulsel heen. Na ongeveer 8 dagen is het zover. De rupsen komen uit en begingen met z’n allen over het blad heen te kruipen.

Brandnetels vind je bijna overal. Daarom is de dagpauwoog zo talrijk aanwezig.  

Afgezien van de kop bestaat de rups uit 13 deeltjes. Dit noemen we de segmenten. Dat kan je op de foto goed zien .  Zolang dat de rupsen nog klein zijn  blijven ze dicht bij elkaar. Zo zijn ze goed beschermd tegen vijanden. Pas als ze groter zijn gaan ze ook in hun eentje over het blad rond kruipen. Ze eten het ene blad na het andere op  tot alleen het bladskelet overblijft. Daarbij spinnen ze witte draden die als een netwerk op de resten van het blad hangen. Op deze nieuwe vloer lopen ze rond en laten daarbij overal hun kleine zwarte mestballetjes achter.  

Niet alleen overdag maar ook als ze eten en rondwandelen op het blad. En als ze slapen blijven de rupsen dicht bij elkaar zoals hier en dat blijft ook  zo tijdens het vervellen. Doordat de rupsen zoveel eten barsten ze letterlijk uit hun vel. Vooraan bij de kop scheurt de huid open en de rups kruipt uit haar oude huid. Dit noemen we de vervelling. Dit gebeurt als de rupsen +/- 6 dagen oud zijn.  Ze zijn dan ook wat donkerder van kleur.  Als de rups uit haar vel gekropen is heeft ze over haar hele lijf  licht gekleurde stekelige borstelharen. Na de vervelling gaat ze gewoon door met eten. Ze zitten nog steeds bij elkaar omdat vogels hen dan niet durven opeten.

Hier zie je de rups  sterk vergroot. Helemaal rechts op de foto zit de kop. Achter de kop heeft ze ook 2 borstelharen. Hiermee houdt ze haar voedsel vast. Meer naar achter zitten vijf paar oranje looppoten.

Na  5 weken is het rupsenleven  voorbij en dan begint de verpopping. Doodstil als een grote J blijft de rups hangen. Dan verrimpelt de huid helemaal. Net als bij de vervelling scheurt ze open tot achteraan. Nu komt de pop te voorschijn. Het beestje kronkelt tot de oude huid er af valt. De pop is groen en bovendien erg zacht. Binnen in de pop vindt de metamorfose plaats en  na enkele weken ziet men de oogvlekken al doorschemeren. Na ongeveer 14 weken barst de pop open net alsof er 2 ritssluitingen open gaan. De vlinder moet hard werken om uit de pop te komen. Zijn vleugels zijn nu nog opgevouwen. We kunnen dus ook niet zien hoe mooi ze zijn.

Joepie het is gelukt! De vlinder houdt zich helemaal uitgeput aan de lege pop vast.

Dit gebeurt niet bij alle rupsen. Zo bv. bij de zijde- rups. Zij barst niet open maar maakt een web en spint zich er ook in. Ik heb zo een pop mee gebracht.

De kweker kweekt deze rups voor de zijde. Er worden dure sjaals van gemaakt.

Slechts een paar vlinders mogen daar uitkomen. Om verder te kweken. De andere worden in kokend water gesmeten. Dan verdwijnt de plakkerige stof en de rups sterft. Dan is de zijde klaar om gesponnen te worden.

Dit zijn nog wat vlindersoorten die in Nederland voorkomen!

Het lieveheersbeestje.

Het lieveheersbeestje is familie van de kevers . Kevers zijn insecten met ronde lijven en harde vleugels. Zoals alle insecten hebben zij 6 poten. Er bestaan meer dan 5000 soorten lieveheersbeestjes. Er zijn er rode, gele, zwarte, met 2, 7, 14, of 24 stippen, zonder stippen, met haartjes….. Hoe verschillend ze er ook uitzien, toch behoren ze allemaal tot dezelfde soort. In België komen er ongeveer 60 verschillende soorten voor.

Beschrijving van het lieveheersbeestje.

De soort die wij allemaal kennen is het zevenstippig lieveheersbeestje. We zullen dit diertje eens nader bekijken.Zijn lichaampje bestaat uit 3 delen: kop, borststuk en achterlijf.  De poten en de vleugels zitten aan het borststuk. Dit zijn de typische kenmerken van alle insecten. Op zijn kopje bemerken we grote en kleine witte vlekjes.   
Tussen die 2 vlekjes zitten de zwarte ogen. Op zijn rug
zitten 2 stevige schilden. Dit zijn echter niet zijn
vleugels waarmee hij kan vliegen. Het zijn zijn
verharde vleugels (dekschild) waaronder zijn 2 dunne vleugels zitten. Heeft er iemand al eens een LHB zien vliegen met zijn echte vleugeltjes? Het LHB is minder dan 1 cm groot.

Het eten van het lieveheersbeestje.

Het  lievelingsmaal van het lieveheerbeestje zijn de bladluizen. Per dag lusten zij er wel een 100 -tal. Het LHB vindt zijn voedsel op de tast. Hij heeft de bladluis pas ontdekt wanneer hij er tegen aan botst.

Nochtans eten niet alle lieveheersbeestjeshetzelfde. Er zijn er die schildluizen lusten, en sommige verkiezen schimmels. Er komen zelfs planteneters voor. De meeste soorten die in België voorkomen leven van bladluizen.

Bijzonderheden.

Als men een lieveheersbeestje ziet denken de meeste mensen dat het aantal stippen zijn aantal levensjaren aanduid, maar dat is helemaal niet juist. De stippen krijgt hij allemaal tegelijkertijd.

Soms zien we een lieveheersbeestje dat op zijn rug ligt of eentje die bloed (maar dan met geel bloed). Dan denken we dat dit diertje dood of gekwetst is. Niets is minder waar. Het lieveheersbeestje is een echte toneelspeler. Wanneer er gevaar dreigt trekken  zij hun pootjes onder hun lichaam en blijven doodstil zitten of laten zich vallen. Soms scheiden ze zelfs een geel vocht af dat vies ruikt. Dit doen ze om hun vijanden op andere gedachten te brengen, wie lust er nu een dood lieveheersbeestje?

Mezen en koekoeken laten zich hier niet door vangen. Ook de larve van de gaasvlieg lust heel graag lieveheersbeestje.

Ook de mieren zijn geen beste vrienden met de lieveheersbeestje. Mieren beschermen de bladluizen omdat die een zoete vloeistof afscheiden waar zij  verzot op zijn.

Het lieveheersbeestje is een dagdiertje dat een winterslaap doet samen in een groep. Ze zoeken beschutting in een gebouw, kruipen onder boomschors, stenen of bladeren. Soms overwinteren ze in door de mens gemaakte schutplaatsen.

De kevertjes leven meestal niet langer dan 1 jaar.

Lieveheersbeestjes zijn ook nog goede vliegers, ze kunnen tot 50 km ver vliegen, zonder te stoppen.

Spinnen.

Een spin bestaat uit twee delen:  een kopborststuk en een achterlijf. Het achterlijf zit met een dun steeltje aan het kopborststuk vast. Aan het kopborststuk zitten poten, ogen en kaken  vast. Ook hebben ze palpen die zitten aan de mond vast. Daar paren ze niet alleen mee daar voelen ze ook nog mee.

Spinnen hebben acht poten, het zijn eigenlijk zeven  losse stukjes die met een soort touwtje aan elkaar vast zitten vandaar dat de poten zo soepel zijn. De poten zijn meestal bedekt met stekels en haren. Daar kunnen ze mee voelen en ruiken.

Soorten spinnen.

Er zijn heel veel soorten spinnen zoals:

   
Trilspin Kruisspin   Wespspin   Huisspin Lijmspuiter
Muurkaardespin Zebraspin Wolfspin. Roodwitte celspin.
Struikzakspin Bodemjachtspin Hangmatspin Tentspin Krabspin

Zesoogspin Holenwielwebspin Heidespoorspin Heidespoorspin Renspin
Lynxspin Strekspin Strekspin Kraamwebspin Oeverspin
Hangmatspin Lieveheersbeestjespin Wielwebspin Kogelspin Kogelspin

Wespen.

 

1. Welke soorten wespen zijn er?

Er zijn 50.000 verschillende wespen.
De meest bekende soorten uit Nederland zijn: Hoornaar, Duitse wesp, galwesp, sluipwesp, plooiwesp, spinnendoder,
goudwesp, rupsendoder, urntjeswesp, houtwesp, bladwesp, normale wesp. Apart noem ik nog de bij.

Nou ga ik over al die wespen nog wat vertellen.
Hoornaar
de hoornaar is de grootste en de zeldzaamste wesp in Nederland                             HOORNAAR
Duitse wesp
de Duits wesp horen bij de angeldragers (insecten die een angel aan hun achterlijf hebben, de angel is verbonden met een gifkliertje), de Duitse wesp is familie van de plooiwesp.
galwesp
een galwesp wordt geboren in een galappeltje
sluipwesp
de sluipwesp zorgt ervoor dat bepaalde groepen niet te groot worden. zij leggen hun eitjes in andere insecten, meestal in de larven. zij spuiten dan een verlammend gif in het slachtoffer.
plooiwesp
plooiwespen zijn sociale wespen dat betekent dat ze in groepen leven de plooiwesp die rust, heeft de vleugels opgevouwen en geplooid op zijn rug liggen.
spinnendoder
een spinnendoder begraaft de dode spinnen die hij heeft gevangen bij de eitjes als voedsel voor de larven.
goudwesp
de goudwesp doet het slimmer hij zoekt een oud wespennest en daar legt hij de eitjes in
rupsendoder
is de enige wesp die 2cm is, hij is dun en donker, het vrouwtje graaft haar nest in zandgrond. Zij verlamt met haar angel een rups, legt die in het nest en legt een eitje op de rups. Als het eitje uitkomt eet het de rups op en de moeder legt steeds andere rupsen in het nest.
urntjeswesp
de urntjes wesp maakt kleine klei potjes voor de larven,dit zijn kleine urntjes. hierin doet zij verlamde keverlarven of rupsen, ze legt daar een eitje bij en sluit de urn af met een bolletje klei.
houtwesp
de houtwesp legt de eitjes in levend hout van bomen, de larven eten van het hout
bladwesp
de bladwesp kan zijn kleuren veranderen om niet op te vallen, de kleur van de wesp is aangepast aan de kleur van de bladeren.
normale wesp
de normale wesp is eigelijk gewoon het zelfde als de Duitse wesp
honingbij
dat is eigenlijk gewoon een bij die met zijn maag honing maakt. de bij wordt vaak verward met de wesp.

2. Waar wonen wespen?

Wespen wonen in een nest. Na de winterslaap bouwt de koningin een papierachtig nest, elk jaar weer. De eerste keer kan ze dat zonder dat iemand ooit haar dat heeft voorgedaan. Ze zoekt hout bijeen, kauwt dat fijn en met speeksel vermengd ontstaat er een papje. De koningin legt eieren in de zeshoekige cellen dat zijn een soort kamertjes van het nest en vangt insecten om de larven te voeden. De larven ontwikkelen zich tot volwassen werksters, die verdergaan met het vergroten en versterken van het nest. Pas later in het seizoen worden de mannetjes en de nieuwe koningin geboren. Een flink nest kan 5000 werksters tellen. Cellen zijn 13mm diep. Als de eitjes uitkomen gaat de wesp rupsen zoeken om de  larven te voeden. De wesp neemt ook houtvezels mee die, gekauwd en vermengd met speeksel, nieuwe lagen voor het nest zullen vormen. Dat gebeurt behoedzaam en precies:
de koningin meet de afmetingen van haar nest met haar voelsprieten. Na verloop van tijd verpoppen de larven en komen ze uit hun cellen als werksters. Het is hun taak om het nest verder uit te bouwen, zodat de koningin zich volledig kan wijden aan het leggen van eitjes. Aan het eind van de zomer is er een groot nest met mannetjes, werksters en een aantal
speciaal grootgebrachte nieuwe koninginnen. Alleen de werksters hebben een angel en de koningin heeft een leboor waarmee ze alle eitjes legt. Als het lente wordt, zullen de koninginnen hun eigen nest gaan bouwen.

Je hebt twee soorten wespen, wespen die ergens anders wonen. Je hebt de sociale wesp, die woont samen met andere wespen in een nest. De voorbeelden van sociale wespen zijn: plooiwesp, gewone wesp, Duitse wesp en de hoornaar.
En je hebt de solitaire wespen die leven alleen en hebben soms geen nest en sommige solitaire wespen die leven in een oud nest van socialen wespen. Solitaire wespen leven dus niet een groep. De voorbeelden van solitaire wespen zijn: graafwesp, spinnendoder, goudwesp, urntjeswesp en sluipwesp. Bij de solitaire wespen legt ieder vrouwtje haar eigen eitjes en zij zorgt voor voedsel voor de larven.

Wespen wonen het meest in Europa.
Hieronder staat een stukje uit de krant over wespen in het noorden van
Canada.

Wespen boven noordpoolcirkel
Voor het eerst sinds mensenheugenis hebben Inuit (vroeger eskimo's geheten)
in het noorden van Canada vliegende wespen in hun woonomgeving gezien.
Burgemeester Noire Ikalukjuaq van Arctic Bay ontdekte de insecten. Zijn dorp
ligt ongeveer op de 73ste breedtegraad, een flink eind ten noorden van de
noordpoolcirkel. De dorpsbewoners wisten niet wat voor beestjes het waren en
dat ze kunnen steken. In de Inuit-taal Inuktitut bestaat er niet eens een
woord voor wesp, zei de burgemeester tegen de Canadese omroep CBC .
nu.nl/algemeen

3. Hoe ga je om met wespen?

Wespen laten ons meestal met rust met uitzonderingen van de nazomer.Vanaf eind augustus krijgen ze een hinderlijke voorkeur van zoete etenswaren. Dat is niet zo fijn als je zit te eten en de wespen vliegen steeds om je heen. Veel mensen zijn dan bang voor wespen. Om ze bij je vandaan te houden heb je verschillende oplossingen. Je kunt ze met sterke geurende lokaas uit de buurt houden, je kunt dan een wespenvanger maken of een potje stroop neerzetten, als ze daarin vliegen dan komen ze er niet meer uit.  Veel mensen raken in paniek als ze wespen in de buurt hebben, daarom staan
hieronder een paar tips over hoe je met wespen om moet gaan.

tips
1  je moet nooit de wespen slaan want dan steken ze je meestal
2  als een wesp bij je zit moet je uitkijken dat die niet in je kleren komt want dat vinden ze niet fijn, ze raken klem te zitten en dan steken ze
3  je kan makkelijk een wespenvanger maken met een fles, als je die fles door midden snijdt en het stuk dat boven hoort op zijn kop in het andere deel zet en wat limonade siroop in de fles giet en ergens in de tuin zet, dan gaan ze in die fles zitten en kunnen er niet meer uit
4  je moet nooit een wesp in iets doen dat gesloten is want ze gaan net zo lang door gaan met zoeken en bijten tot dat ze er uit zijn

4. Hoe leven wespen?

Zoals in hoofdstuk 2 staat heb je sociale wespen en solitaire wespen. De sociale wespen leven in een groep en solitaire wespen alleen.
Sociale wespen
De wespen konden eerder papier maken dan de mensen, Dat doen ze met behulp van hun speeksel. De koningin begint in de lente met bouwen van een nest. Ze maakt eerst de cellen en als de cellen klaar zijn, begint ze met haar eigen werk het leggen van eitjes .In elk cel legt ze maar een eitje na enkele dagen komen de larven tevoorschijn. Daarna gaat de koningin op zoek naar voedsel voor de larven dat is nog niet zo makkelijk.Als de larven groot genoeg zijn bederft hun eetlust en maken ze een cocon om zich heen. Na een poosje komen de vrouwtjeswespen uit de poppen. Deze wespen die kleiner zijn dan de koningin worden werksters genoemd en nemen het werk van de koningin over. De koningin legt nu alleen nog maar eitjes. Sociale wespen vallen bijen wel eens aan om de honing te stelen maar dat is soms best oneerlijk want wespen kunnen 10 keer steken en bijen maar 1 keer.

 

 

Wespenangel          Bijenangel

6. Wat moet je doen als je geprikt wordt?

Als je geprikt ben moet je de angel er er zo snel mogelijk uitzuigen en dan wat zalf erop smeren en als je allergisch voor wespen bent dan moet je soms naar het ziekenhuis, want je kan dan ernstig ziek worden. Als je weet dat je allergisch bent dan heb je pillen die je dan snel moet nemen. Soms prikt de wesp niet helemaal door en kan je hem er gelijk uit trekken dat doet niet zo heel erg pijn dan word het alleen maar een beetje dik. Bij een steek in de zachte gedeeltes zoals het ooglid, zal de zwelling dikker zijn. Als het insect wordt ingeslikt of ingeademd, direct hulp worden gezocht van mensen die daar verstand van hebben. Dat is een spoedsituatie, je zou kunnen stikken omdat de luchtwegen verstopt raken. Buiten deze erge situatie is de steek van een vliesvleugelig insect (zoals een wesp)  ons op zich niet gevaarlijk. Meerdere steken veroorzaken uiteraard een sterkere reactie, maar er zijn wel honderden steken nodig om een mens te doden. Eén enkele steek kan echter gevaarlijk zijn bij personen die allergisch zijn voor het gif. Om allergisch te worden, moet men minstens eenmaal in zijn leven gestoken worden. De tweede steek zal dan een allergische reactie veroorzaken, pas dan weet je of je allergisch bent. Je kunt dus niet zeggen dat je allergisch bent voor wespensteken als je nog nooit bent geprikt. In het kort komt het erop neer dat je het volgende kunt doen als je geprikt wordt:

· Verwijder snel de angel met een pincet of uitgegloeide naald, niet knijpen (dat voorkomt dat het gifzakje leeggedrukt wordt). Of zuig het gif op uit de wond.
· Leg een ijsblokje of koude kompres op de plek van de steek.
· Eventueel deppen met met azijn na een wespensteek en deppen met verdunde ammonia na een bijensteek
· Als je heel misselijk wordt of rare dikke bulten krijgt op allerlei plekken dan moet je snel de dokter waarschuwen.

 

Mieren.

 

Een mier is een insect. Insecten herken je aan dat ze zes poten hebben, een mier heeft dus zes poten. Het lichaam heeft een kop, een borststuk en een achterlijf. Aan het borststuk zitten de poten vast. De maag zit, net zoals de krop, aan het achterlijf. Een krop is een soort zakje waarin de mieren voedsel voor andere mieren meenemen. Op de kop zitten de ogen. Het zijn er vijf: drie piepkleine ogen en twee wat grotere ogen. Met deze ogen kunnen ze niet zo heel goed zien. Gelukkig kunnen ze wel goed ruiken, dit doen mieren met twee grote voelsprieten. Deze zitten ook op de kop. Dan hebben we nog de twee kleine schepjes met tandjes eraan. Hiermee eten mieren. Met de tandjes kunnen ze dingen vastpakken en verslepen. Tussen de kaken zit nog iets, namelijk een tongetje. Daarmee likken ze nectar uit bloemen. Nectar is een zoete vloeistof. Bijen maken daarvan honing.  

Mieren leven altijd in groepen. Een groep heet een volk of kolonie. Een mier kan niet alleen leven, daarom noemen we ze sociale insecten. In een kolonie zijn drie soorten mieren: vrouwtjes, mannetjes en werksters. Een werkster is een vrouwtje dat geen eieren kan leggen. Dat komt omdat ze onvruchtbaar zijn. De mieren die je ziet lopen, zijn bijna altijd werksters. De vrouwtjes zijn meestal groter dan werksters. Die worden koninginnen genoemd. Koninginnen en mannetjes hebben vleugels, werksters niet. Mannetjes hebben hun vleugels altijd, koninginnen gebruiken hun vleugels alleen als ze gaan paren, daarna verliezen ze de vleugels.